Op andere dagen zwaaien er hondjes naar me en word ik door lieve meisjes heel hard in m'n vingers gebeten...
maandag 9 augustus 2010
zaterdag 7 augustus 2010
Sommige dagen
Soms heb je van die dagen... dat je je afvraagt wat echt is en wat niet. Of het niet allemaal een droom is en of je ooit wakker gaat worden.
dinsdag 3 augustus 2010
Totale helderheid
Vannacht had ik weer eens één van m’n epische dromen, zo één die ik vaker heb als ik me rusteloos voel. Het was er eentje die me nog lang bij zal blijven. Ik bevond me boven een vlakte met zand, onder een strakblauwe lucht. Ik boog me over een puzzel die bestond uit vierkante en rechthoekige puzzelstukken. Op elk puzzelstuk waren één of meerdere begin- en eindpunten van gekleurde pijlen afgebeeld, die doorliepen op het aangrenzende puzzelstuk. Er waren ongeveer twintig stukken die in elkaar lagen. Er waren geen puzzelstukken meer over, maar de puzzel was nog niet compleet.
Ik vroeg me af hoe ik de puzzel af kon maken als er geen stukken meer waren. Ik kreeg een ingeving en bedacht ik me dat ik dat zelf in de hand had. Ik koos het beginpunt van een pijl uit en bewoog mijn vinger erlangs, naar de rand van het puzzelstuk. Toen ik dat deed, verscheen spontaan het volgende puzzelstuk, met weer nieuwe begin- en eindpunten van pijlen. Het stuk paste precies tussen alle stukken die er al lagen. Ik ging door met het uitbreiden van de puzzel, en vond het fijn om zelf elke pijl te kunnen uitkiezen.
Na verloop van tijd rees in mijn gedachten de vraag hoe lang dit nog door zou gaan. De puzzel was al aanzienlijk gegroeid en nog nergens was er een rand of begrenzing tevoorschijn gekomen. Ik begon te twijfelen of ik wel op de goede weg was en zag in gedachten de puzzel al tot in de oneindigheid voor me uitstrekken. Maar toen realiseerde ik me dat de puzzel geen plat vlak was, maar een ongelofelijk kleine afwijking had, die niet waarneembaar was. Het feit dat de afwijking op geen enkele manier waarneembaar, maar desalniettemin aanwezig was, leek me fundamenteel belangrijk. De puzzel vormde zich rond de wereld waarboven ik me bevond, over lichtgekleurd zand en oceanen van water tot een enorme bol.
Het feit dat de puzzel zich tot een bol vormde, stelde me gerust. Ooit zal de puzzel af zijn. In gedachten zag ik voor me hoe de puzzel eruit zou zien als hij af was. Het zou dan een statisch object zijn, met een schijnbaar willekeurige wirwar van pijlen op het oppervlak. De term configuratieruimte* kwam bij me op. Het maakt niet uit hoe de puzzel er uiteindelijk uitziet; het is slechts één punt in de configuratieruimte, de ruimte der ruimtes. Ik stelde me de complete configuratieruimte voor en zag hoe de puzzelstukjes vanuit de configuratieruimte in de puzzel verschenen. Ik zag wat de regels waren en hoe de paden door de configuratieruimte leidden tot onnoemelijk veel punten, onnoemelijk veel puzzels, onnoemelijk veel werelden. Maar niet oneindig veel. Niet elke configuratie was mogelijk, want dit werd beperkt door de regels. Ik zag het netwerk van paden teruglopen tot de oorsprong, de oorsprong van alles. En aan de andere kant waaierde het netwerk uit in het ongelofelijk enorme scala aan mogelijkheden.
Er kwam een onbeschrijfelijk gevoel van helderheid over me heen en in een flits begreep ik wat het allemaal betekende, wat de zin ervan is. Dat er niet echt een zin is, maar dat het er gewoon is. Het, wat beschreven kan worden op zo’n eenvoudige manier dat je je nog afvraagt waarom mensen zich druk maken over de zin van het leven. Ik kreeg er kippevel van.
* Configuratieruimte: de ruimte die het totaal aan toestanden van een systeem, in dit geval het universum, beschrijft. Elke toestand in de configuratieruimte is een punt, onafhankelijk van de tijd.
Ik vroeg me af hoe ik de puzzel af kon maken als er geen stukken meer waren. Ik kreeg een ingeving en bedacht ik me dat ik dat zelf in de hand had. Ik koos het beginpunt van een pijl uit en bewoog mijn vinger erlangs, naar de rand van het puzzelstuk. Toen ik dat deed, verscheen spontaan het volgende puzzelstuk, met weer nieuwe begin- en eindpunten van pijlen. Het stuk paste precies tussen alle stukken die er al lagen. Ik ging door met het uitbreiden van de puzzel, en vond het fijn om zelf elke pijl te kunnen uitkiezen.
Na verloop van tijd rees in mijn gedachten de vraag hoe lang dit nog door zou gaan. De puzzel was al aanzienlijk gegroeid en nog nergens was er een rand of begrenzing tevoorschijn gekomen. Ik begon te twijfelen of ik wel op de goede weg was en zag in gedachten de puzzel al tot in de oneindigheid voor me uitstrekken. Maar toen realiseerde ik me dat de puzzel geen plat vlak was, maar een ongelofelijk kleine afwijking had, die niet waarneembaar was. Het feit dat de afwijking op geen enkele manier waarneembaar, maar desalniettemin aanwezig was, leek me fundamenteel belangrijk. De puzzel vormde zich rond de wereld waarboven ik me bevond, over lichtgekleurd zand en oceanen van water tot een enorme bol.
Het feit dat de puzzel zich tot een bol vormde, stelde me gerust. Ooit zal de puzzel af zijn. In gedachten zag ik voor me hoe de puzzel eruit zou zien als hij af was. Het zou dan een statisch object zijn, met een schijnbaar willekeurige wirwar van pijlen op het oppervlak. De term configuratieruimte* kwam bij me op. Het maakt niet uit hoe de puzzel er uiteindelijk uitziet; het is slechts één punt in de configuratieruimte, de ruimte der ruimtes. Ik stelde me de complete configuratieruimte voor en zag hoe de puzzelstukjes vanuit de configuratieruimte in de puzzel verschenen. Ik zag wat de regels waren en hoe de paden door de configuratieruimte leidden tot onnoemelijk veel punten, onnoemelijk veel puzzels, onnoemelijk veel werelden. Maar niet oneindig veel. Niet elke configuratie was mogelijk, want dit werd beperkt door de regels. Ik zag het netwerk van paden teruglopen tot de oorsprong, de oorsprong van alles. En aan de andere kant waaierde het netwerk uit in het ongelofelijk enorme scala aan mogelijkheden.
Er kwam een onbeschrijfelijk gevoel van helderheid over me heen en in een flits begreep ik wat het allemaal betekende, wat de zin ervan is. Dat er niet echt een zin is, maar dat het er gewoon is. Het, wat beschreven kan worden op zo’n eenvoudige manier dat je je nog afvraagt waarom mensen zich druk maken over de zin van het leven. Ik kreeg er kippevel van.
* Configuratieruimte: de ruimte die het totaal aan toestanden van een systeem, in dit geval het universum, beschrijft. Elke toestand in de configuratieruimte is een punt, onafhankelijk van de tijd.
Abonneren op:
Posts (Atom)

