zondag 23 november 2008

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan

Laatst las ik "De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan" van de Tsjechische Milan Kundera. Het boek beschrijft het leven van vier personages tijdens de Praagse Lente en de bezetting door de Sovjet-Unie. Ondanks dat de sfeer vrij somber en melancholiek is en er regelmatig diep filosofische gedachten langskomen, is het goed te lezen en staat het boek inmiddels op m'n lijstje met absolute favorieten. Zoals dat gaat met de meeste boeken die ik lees, maak ik aantekeningen van mijn favoriete passages, zodat ik die later nog eens terug kan lezen. Dit zijn vaak de meest filosofische stukjes, de dingen die me aan het denken zetten. Bij deze een selectie:
"Alleen het toeval kan zich aan ons openbaren als een boodschap. Wat nodig is, verwacht kan worden, zich elke dag herhaalt, spreekt niet aan. Alleen het toeval spreekt tot ons. We proberen erin te lezen zoals zigeunerinnen koffiedik kijken op de bodem van een kopje."
"Je kunt dus niet een roman verwijten dat die gefascineerd is door het mysterieuze samenkomen van toevalligheden [...], maar je kunt de mens terecht verwijten dat hij in zijn leven van alledag blind is voor dergelijke toevalligheden, waardoor zijn leven de dimensie van schoonheid verliest."

Het verschijnsel "toeval" vind ik mateloos fascinerend. Wat is toeval überhaupt? Volgens mijn woordenboek: "het onberekenbaar gebeuren". Maar de meeste gebeurtenissen waaraan we toeval toeschrijven zijn heel goed berekenbaar, zolang je maar genoeg parameters hebt. Volgens mij is toeval in het dagelijks gebruik meer een psychische aandoening. Een term die gebruikt wordt voor elke niet-doelgerichte-menselijk-in-gang-gezette gebeurtenis die uit de toon valt. Dus zolang iets je niet opvalt, is het ook geen toeval... bestaat toeval dan eigenlijk wel? Want gebeurtenissen met dezelfde kans als toeval zijn voortdurend aanwezig en toeval kondigt zijn bestaan slechts aan in het geval dat het opvalt. Echter, omdat er al die tijd al toeval aanwezig was, maar niet opviel, is het opvallende niet zo toevallig meer. Het toeval is dus met zichzelf in tegenspraak en heft het zijn bestaan weer op. Hmmm.

Goed, de titelverklaring is ook een mooie:
"Einmal ist keinmal. Wat maar eenmaal gebeurt, had net zo goed niet hoeven te gebeuren. De geschiedenis van de Tsjechen zal zich niet herhalen, de geschiedenis van Europa evenmin. De geschiedenis van de Tsjechen en van Europa zijn twee schetsen, getekend door de fatale onervarenheid van het mensdom. De geschiedenis is even licht als één individueel mensenleven, ondraaglijk licht, zo licht als een veertje, als een zwevend stofdeeltje, als dat wat morgen niet meer bestaat."

Het hoofdverhaal, wat in principe gewoon over "het leven" vertelt, is continu verweven met dat soort diepe gedachten. En regelmatig zitten er ook extreem humoristisch-filosofische stukjes in, zoals het volgende:
"Toen ik klein was en het Oude Testament, verteld voor kinderen en geïllustreerd met prenten van Gustave Doré, doorbladerde, zag ik daarin God op een wolk. Hij was afgebeeld als een oude man met ogen, een neus en een lange baard en ik dacht dat hij als hij een mond had, ook moest eten. En als hij at, moest hij ook darmen hebben. Maar die gedachte schrikte me meteen af, want al was ik een kind uit een amper gelovig gezin, ik vond het beeld van Gods darmen heiligschennis.
Zonder enige theologische opvoeding, spontaan, begreep ik als kind al de onverenigbaarheid van stront en God, en daardoor ook het twijfelachtige uitgangspunt van de christelijke antropologie dat de mens geschapen werd naar Gods beeld. Of het een of het ander: of de mens werd geschapen naar Gods beeld en dan heeft God darmen, of God heeft geen darmen en dan lijkt de mens niet op hem.
[...]
Stront is een moeilijker theologisch probleem dan het kwaad. God gaf de mens vrijheid en we kunnen dus al met al aannemen dat hij niet verantwoordelijk is voor de menselijke misdaden. Alleen hij die de mens heeft geschapen draagt echter de volle verantwoordelijkheid voor de stront."

Op het eind wordt het boek zelfs ontroerend, je zou het bijna kitsch kunnen noemen, maar op een mooie manier. De onvoorwaardelijke liefde tussen een mens en een hond wordt door Kundera op een rake manier beschreven. De wereld zou er een stuk beter uitzien als iedereen van elkaar hield als van een hond. Ik zal niet teveel over het eind vertellen, maar het boek laat je achter met een iets verbouwereerd en verward gevoel. Alsof het leven niet zoveel voorstelt, inderdaad ondraaglijk licht is, en we gewoon maar wat aanmodderen.

zondag 16 november 2008

Ben ik zo mager?

Om de één of andere reden denken mijn oma's dat ik thuis niet genoeg eet, dus krijg ik steevast een voedselpakket mee. Ik zal niet zeggen dat ik dik ben, maar zo erg is het toch ook weer niet? Het resultaat van een bezoek aan elk der oma's: twee broodjes, een zak pepernoten, twee mandarijnen en een stuk bloemkool.

zondag 9 november 2008

Gebruikersinterface-perikelen

Soms haat ik techniek. Vooral als de gebruikersinterface naar mijn idee niet goed ontworpen is. Het bekendste voorbeeld zijn natuurlijk videorecorders, waarvan volgens mij niemand weet hoe je ze nou eigenlijk moet instellen. Maar ook apparaten die op zich simpel zijn, kun je ingewikkeld maken. Onlangs turfde ik in een wachtkamer in het ziekenhuis wel drie mensen die er zelf niet uit kwamen hoe de koffie-automaat werkte. En dit in nog geen 20 minuten. Maar ook Philips kan er wat van, bijvoorbeeld in een draagbare dvd-speler die ik onlangs in m'n handen kreeg. Het ding zag er sowieso al uit als een tosti-ijzer, waar ik het voorwerp in de eerste instantie voor aanzag. Maar om een lang verhaal kort te maken: teveel knopjes, met vervolgens onlogische functies en ook nog een on-screen interface om je weg in te vinden, met als uiteindelijk gevolg dat ik me afvroeg hoe de mensheid ooit uit de oceaan geëvolueerd is. En dan heb ik het nog niet eens over de teleurstelling dat ik geen tosti's zou krijgen...

Maar goed, dat terzijde. Ik haat techniek helemaal als het je in het openbaar voor schut zet. Zo zijn er tegenwoordig van die nieuwe drukknoppen bij stoplichten voor voetgangers en fietsers. Ik kwam dus aanlopen, in de hoop de weg over te kunnen steken: "Oh, kijk nou, een nieuwe gebruikersinterface. Hmmm, ik ben redelijk slim al zeg ik het zelf, ik denk dat we hier wel uit zullen komen. Oké, laten we eens kijken, normaal bestaat zo'n drukknop uit een uitsteeksel op de paal met in het midden een knop om op te drukken. Maar er is geen knop! Het uisteeksel is nu een glooiend geheel, op het eerste gezicht zonder onderdelen die je zou kunnen indrukken of bewegen. Ow kijk, ze hebben er een handje op getekend. Ik druk op het handje. Geen feedback. Oké. Hmmm. Is er nu iets gebeurd? Het bovenste deel van het uitsteeksel ziet eruit alsof er iets van een detector achter zou kunnen zitten, het is half doorzichtig. Daarbinnen lijkt een rood lampje te branden, wat amper te zien is doordat de zon schijnt. Brandde dat zonet ook al? Ik heb er niet op gelet. Heeft de drukknop me begrepen? Wat betekent rood in deze context? Rood als in niet oversteken? Of rood als in 'ja, ik sta aan'? Of moet ik daar m'n hand bewegen? Ik beweeg m'n hand nog maar eens voor het lampje. Geen reactie. Of zou er iets van een aanrakingssensor in zitten? Ik begin over het uitsteeksel op de paal te aaien (ahum), maar al snel realiseer ik me dat deze manier van interacteren met een paal er misschien wat vreemd uitziet en houd ik ermee op. Met spanning wacht ik af of het stoplicht mijn pogingen tot interactie heeft ontvangen... woohoo! Het is groen!" Maar goed, ligt het nu aan mij, of is dit gewoon slecht ontworpen? Inmiddels ben ik erachter dat het rode lampje aangeeft dat de knop de gebruiker heeft gedetecteerd, maar zelf prefereer ik dus echt iets dat ook fysieke feedback geeft. Ik heb de nieuwe spacy drukknoppen vooralsnog alleen in Eindhoven en Delft gesignaleerd; is het toeval dat in deze twee steden technische universiteiten zijn gevestigd?

De moraal van het verhaal: volgende keer maar gewoon door rood lopen.

maandag 3 november 2008

Unidentified paddestoel

Hoe bizar zijn de voortbrengselen der natuur! Temidden van sombere en ingetogen herfstkleuren mocht een felgekleurde entiteit zijn oranje gloed in onze ogen stralen! Maar wat is het? Een paddestoel? Koraal? (Dit laatste lijkt onwaarschijnlijk door de grote afstand van de zee...) Wie kan het verlossende antwoord geven?