's Nachts had het geregend. De lucht was schoon en had een onheilspellend diepblauwe kleur. De zon had zich net boven de horizon verheven, maar kon de frisheid van de nacht nog niet verdrijven, evenmin als de kilheid ervan. Als een felgele bol hing de zon daar schijnbaar stil. Fel met licht, maar niet met warmte.
Ik bracht m'n fiets tot stilstand en keek naar de mistflarden die nog over de weilanden hingen. Het zou niet lang meer duren voordat de winter zou komen en de weilanden met een witte laag sneeuw bedekt zouden worden. Verder op de weg zag ik de blauwe zwaailichten van een ambulance op me af komen. Op dit vroege uur was er weinig verkeer op het landweggetje en met grote snelheid kwam de wagen dichterbij. Zonder sirene scheurde de ambulance langs me.
Ik vroeg me af wat er gebeurd zou zijn en of er misschien iemand was overleden. Het was in ieder geval een mooie ochtend om te sterven. Uiteindelijk zou het leven voor iedereen ten einde komen, ook op dagen als deze. Als het asfalt rood kleurt van het bloed onder de koude zon in een diepblauwe lucht. Ik keek de ambulance na en ging weer door.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten